Publiek gunt de Hut van ons Steeds Hooger de 1e plaats in Rotterdam Architectuurprijs!
Een eervolle vermelding in het Jaarboek Architectuur Nederland 2025/2026 was al ons deel. De vermeldingen hierin verwijzen naar de selectie van de 25 meest toonaangevende projecten in Nederland. Dat was al een bevestiging van wat de leden van Steeds Hooger sinds de opening in september 2025 wekelijks ervaren. De publieksprijs in de Rotterdam Architectuurprijs is misschien wel nog mooier!
Terwijl de vakjury koos voor SAWA ging het publiek voor de Hut van Steeds Hooger, in het Rotterdamse Kleiwegkwartier. Een stemmer voor de publieksprijs schrijft: “Scoort op alle doelen waar we ons als Rotterdammers voor zouden moeten inzetten: duurzaamheid, verbinding, sport, lekker naar buiten, verenigingsleven, architectonisch verantwoord en ook nog eens heel leuk om naar te kijken.”
De vakjury voegt hieraan toe dat dit project ‘alom bewondering’ oogst. “Steeds Hooger laat zien hoe een oude voetbalclub de montere ambassadeur werd voor duurzaam bouwen”, aldus de jury. Deze vindingrijke en uiterst duurzame vernieuwbouw van een sportkantine uit 1962 slaagt erin oude ruimtelijke kwaliteiten te omarmen en hedendaags comfort toe te voegen.
De Hut van Steeds Hooger heeft in korte tijd vele harten gewonnen. Zo zijn de stemmers erg enthousiast over de manier waarop de kwaliteiten van het oude clubgebouw voor het nieuwe paviljoen zijn ingezet. Iemand schrijft: ‘Super dat de ziel van het pand bewaard is gebleven’, een ander: ‘Doorbouwen op de schouders van je voorgangers! Een prachtig voorbeeld van circulaire vernieuwbouw met wederopbouw-vibe.’ En ‘Het is knap hoe de architecten met dit pand oud, nieuw en duurzaamheid hebben weten te combineren, en tegelijkertijd de geest van de club hebben weten te vangen.’
Veel stemmers zijn trots op ‘hun’ paviljoen en zien daarin een voorbeeld voor andere sportaccommodaties. Een stemmer vindt dit ’een mooi voorbeeld van een locatie die je niet circulair verwacht. Hier kan het ook en kijk eens hoe dit niet alleen goed is voor de planeet maar ook voor de club.’ Een ander: ‘Ik denk dat het vrij uniek is dat een voetbalclub met een bijzondere uitstraling die je nergens anders tegenkomt, genomineerd is voor een architectuurprijs.’ En deze stemmer noemt het paviljoen ‘een verademing, een parel in kil voetballand’.
Hoe bijzonder het is dat dit paviljoen zich mag meten met grote Rotterdamse iconen blijft ook niet onbenoemd. ‘Dit project raakt me omdat het laat zien wat architectuur op zijn best kan zijn: eerlijk, duurzaam, en voor gewone mensen. Geen iconisch gebouw voor een selecte groep, maar een kantine voor voetbal’ schrijft een stemmer. En ‘Geen megalomaan project of megabudget, maar gewoon goeie architectuur. Functioneel, duurzaam, en mooi.’ ‘De esthetiek, het lef, de duurzaamheid en de inzet verdienen een prijs’ schrijft een andere stemmer. En dat is gelukt: de publieksprijs 2026 is voor Sportpaviljoen Steeds Hooger.
Het verhaal met betrekking tot ons de ontwikkeling van ons complex en gebouw zal tot ieders verbeelding spreken. Een oude voetbalclub moet verhuizen naar een nieuwe locatie waar een vervallen clubgebouw wacht. Er wordt een gebouwcommissie samengesteld waarin onder andere de vader van een van de jeugdleden zitting neemt. Hij is architect Alex Jager en ziet potentie in de bouwval, een gebouwtje van wederopbouwarchitecten Zwaneveld en Goslinga met een unieke structuur van gekromde betonnen spanten. Het lukt de “vernieuwbouwcommissie” om de leden van Steeds Hooger, Sportbedrijf Rotterdam en de gemeente Rotterdam te overtuigen te kiezen voor transformatie in plaats van nieuwbouw.
Het oude clubhuis uit 1962 was versleten, maar verdween niet van de tekentafel. In plaats daarvan werd zoveel mogelijk behouden en hergebruikt. De bestaande fundering bleef liggen en onderdelen die nog goed waren, kregen een tweede leven. Zo werd het oude lattenplafond zorgvuldig gedemonteerd, opgeknapt en teruggeplaatst. Het resultaat is een duurzaam en karaktervol clubhuis dat volgens veel bezoekers een sterke jaren-zestiguitstraling heeft behouden.
Het resultaat is een paviljoen waar menig uitspelende ploeg met jaloezie naar zal kijken. Het heeft een royale kantine waarvan de constructie uit de bestaande betonnen spanten is aangevuld met CLT. De vloer werd iets verhoogd met het oog op isolatie waarmee gelijk een ideaal uitzicht op de velden is gegarandeerd. De oude lattenbetimmering tegen het plafond is hergebruikt waarmee het comfort van nieuwbouw is gekoppeld aan het patina van het oude hout. De oudbouw werd uitgebreid om een totaal van twaalf kleedkamers mogelijk te maken. Overal is gekozen voor biobased en losmaakbaar: gevels zijn opgebouwd uit houten latten en drooggestapelde baksteen zodat geen milieubelastende specie gebruikt hoefde te worden en het gebouw ook weer kan worden gedemonteerd.
Al zal dat voorlopig niet nodig zijn, is de stellige verwachting van de jury. Voor een duurzame energievoorziening wordt warmte uit het hoofdveld in de bodem opgeslagen met zonnepanelen als extra aanvulling. De kleedkamervleugel kreeg een groen dak voor het opvangen van regenwater en in de gevel zijn schanskorven met afvalpuin opgenomen als nestelplek voor insecten. Voor dit gebouw is aan alles gedacht, vindt de jury, en het is ook gebeurd met een tastbaar optimisme dat op de een of andere manier heel passend is voor een sportclub. Dat de 50.000 mensen die jaarlijks op de club komen de kwaliteiten van een duurzaam gebouw en zijn enthousiaste gebruikers kunnen ervaren, is een groot effect van een vrolijk paviljoen dat de jury ook nog bekroont met een eervolle vermelding.